Hierbij een samenvatting uit de brochure kanker: een overzicht
Wat is kanker?
Het lichaam bestaat uit miljarden cellen. Normaalgesproken delen cellen zich, functioneren voor een bepaalde tijd en worden daarna eventueel vervangen door nieuwe cellen. Om te groeien en uit te breiden moeten cellen de stevige structuur oplossen van de collageenmatrix en het bindweefsel dat om hen heen zit. Om dit te kunnen doen scheiden de cellen een speciaal soort enzymen af, ook wel matrix metalloproteïnasen of MMP's genoemd. In normaal weefsel is dit een gecontroleerdproces, zodat permanente schade van het collageen voorkomen wordt.
Soms ontsnappen cellen echter aan de normale controle en delen zich terwijl dit niet nodig is. Na verloop van tijd vormen deze cellen een groep, ofwel een tumor. Er zijn twee soorten tumoren: goedaardige en kwaadaardige. Goedaardige tumoren verspreiden zich niet naar andere delen van het lichaam en zijn over het algemeen niet levensbedreigend. Zij kunnen operatief worden verwijderd. Goedaardige tumoren kunnen echter, door hun grootte, wel pijn veroorzaken en normale lichaamsfuncties verstoren. Kwaadaardige tumoren bestaan uit cellen die zich agressief en ongecontroleerd vermeerderen. De pathologische criteria om kanker vast te stellen zijn o.a.:
1) Hyperplasie (vermeerdering van delende cellen)
2) Invasie van tumoren in het aangrenzende weefsel
3) Metastasen (migratie van kankercellen naar andere locaties en groei van nieuwe tumoren die levensbedreigend kunnen zijn)
Net als goedaardige tumoren, kunnen kwaadaardige tumoren ook pijn veroorzaken en normale lichaamsfuncties verstoren. Vaak zijn kwaadaardige tumoren levensbedreigend.
Alle kankercellen, ongeacht hun oorsprong, hebben een gemeen schappelijke factor: ze produceren een grote hoeveelheid enzymen (MMP's) die zorgen voor constante afbraak van bindweefsel. Deze ''moleculaire scharen'' banen zich een weg en helpen de kankercellen zich los te maken van de tumor en verspreiden in het lichaam via het bloed of de lymfe.
Omdat bloed en lymfe door het hele lichaam circuleren, kunnen kankercellen zich verspreiden naar andere organen, nadat zij zich toegang hebben verschaft tot het bloed- en lymfesysteem. Lymfe is een heldere vloeistof die vloeit door de lymfeklieren, kleine boonvormige structuren die afvalstoffen van organen afvoeren. Een van de functies van de lymfeklieren is het wegfilteren van nietlichaamseigen structuren, zoals kankercellen. De aanwezigheid van kankercellen in de lymfeklieren geeft aan dat de kanker, die ontstaan is in het orgaan, zich verspreid kan hebben naar andere organen in het lichaam. Leukemie en lymfoom zijn kankersoorten die ontstaan in de bloedproducerende cellen.
Factoren die de kans op kanker vergroten.
Onafhankelijke risiocofactoren
Veel menselijke kankersoorten hebben te maken met de leefstijl en met de omgeving. Leefstijlfactoren die de kans op het krijgen van kanker vergroten zijn: roken, buitensporig alcoholgebruik, overmatig blootstelling aan de zon, te weinig lichaamsbeweging en de tekorten aan specifieke voedingsstoffen in de dagelijkse voeding. Mensen die te weinig fruit dat rijk is aan antioxidanten en te weinig groene groente tot zich nemen, vormen ook ook een risicogroep, evenals patiënten die langdurig bepaalde farmaceutische medicijnen gebruiken.
Andere risicofactoren hebben voornamelijk met de omgeving (millieu) te maken, zoals pesticiden, uitlaatgassen en andere verontreinigingen die zich verspreiden via water en lucht. Deze factoren beschadigen de lichaamscellen en vormen daarmee een risicofactor voor het ontstaan van kanker.
Beroepsgerelateerde chemicaliën, waaronder asbest, nikkel, cadmium, radon, vinylchoride en benzeen, worden eveneens gezien als risicofactoren. De meeste farmaceutische medicijnen die ontwikkeld zijn om kanker te bestrijden zijn zelf kankerverwekkend. Sommige virussen, zoals het virus van Epstein-Barr, hepatitis B en C, humane papillomavirus en T-cel-leukemie, zijn betrokken bij het veroorzaken van bepaalde kankersoorten. Omdat een groot aantal soorten kanker veroorzaakt worden door onze leefwijze, eetgewoonten en omgevingsfactoren, impliceert dit dat kanker voor een groot gedeelte voorkomen kan worden door aanpassing op die gebieden.
Erfelijke factoren.
Helaas zijn bij bepaalde kankersoorten, waaronder een klein maar significant percentage van kanker aan darmkanker, borstkanker en ovariumcarcinoom, erfelijke en genetische factoren in het spel die de kans op het ontstaan van kanker vergroten.
Het ontstaan van kanker.
Van straling, virussen en chemicaliën is bekend dat ze kanker bij mensen en dieren veroorzaken. Hoewel er grote verscheidenheid is in de aard van deze veroorzakers, is de cellulaire reactie altijd dezelfde, namelijk de productie van neoplastische cellen, de abnormale nieuwvorming van cellen.
Kankercellen ontstaan voortdurend gedurende het hele leven in het lichaam. Echter, niet alle cellen ontwikkelen zich tot kwaadaardige tumoren. Hoewel het ontstaan van schade aan de DNA-structuur een vrij kortdurend proces is, wordt dit, indien het niet effectief gerepareerd wordt, gevolgd door een tweede stadium dat bekend staat als het tatente (nog niet waarneembare) stadium. De latentieperiode kan meerdere jaren duren voordat een tumor ontstaat. Gedurende die periode zijn er verschillende factoren die de groei kunnen versnellen of vertragen, omdat de lichaamscellen uitgerust zijn met een aantal verschillende veiligheidsmechanismen die het lichaam kunnen beschermen tegen kanker.
Een van deze mechanismen is reparatie van celschade. Alle cellen hebben een enzymatisch reparatiesysteem dat structurele beschadigingen in het genetisch materiaal kan herstellen. Als deze schade niet gerepareerd kan worden, dan wordt het immuunsysteem ingeschakeld en worden de afwijkende cellen vernietigd. Daarnaast kan het lichaam agressieve deling van cellen in bedwang houden door de enzymen te blokkeren die kankercellen gebruiken om de extracellulaire omgeving aan te tasten, wat essentieel is voor de verspreiding van de cellen. Het lichaam kan ook het collageen rondom de kankercellen versterken, hetgeen helpt kankercellen in te kapselen en verspreiding te voorkomen.
Een groot aantal cellulaire voedingsstoffen hebben een remmende of sturende invloed op kankergroei. Voorbeelden van zulke cellulaire voedingsstoffen zijn vitamine A,C en E, Bètacaroteen, lycopeen, verschillende mineralen en antioxidanten. Een aantal uit planten gewonnen substanties, zoals flavonen, isoflavonen, terpenoïden, indolen, resveratrol, diallylsulfiden uit knoflook en uien, isothiocyaniden uit koolachtige groenten en verschillende in voeding aanwezige fytochemicaliën, zijn van belang gebleken bij bescherming tegen verschillende kankersoorten.
Een andere belangrijke kankerremmer is het aminozuur lysine, dat cellulaire invasie en de verspreiding in de weefsels op een natuurlijke manier onder controle houdt. Veel van deze micronutriënten worden niet in ons lichaam aangemaakt, waardoor een tekort waarschijnlijk is. Door te zorgen voor een constante aanwezigheid van cellulaire voedingsstoffen die belangrijk zijn voor de preventie van kanker, kan de voortgang van deze ziekte onder controle gehouden worden. Dit is één van de redenen waarom niet alle kankercellen zich ontwikkelen tot kwaadaardige tumoren.
Hoe carcinogenen kanker veroorzaken.
Carcinogenen zijn kankerverwekkende stoffen. Over het algemeen worden carcinogenen in twee groepen verdeeld: stoffen die het DNA direct beschadigen(genotoxische carcinogenen) en stoffen die ''bemiddelaars'' gebruiken bij het veroorzaken van DNA-schade (non-genotoxische carcinogenen). Veel carcinogenen hebben bio-activering nodig om schade aan te richten. Menselijke cellen verschillen in hun vermogen om carcinogenen te activeren. De verschillen hebben te maken met een individuele genetische aanleg, leefstijl en eetgewoonten. Daarom verschillen mensen enorm in hun gevoeligheid tot het ontwikkelen van kanker.
Het ontwikkelingsproces van kanker is een proces in meerdere fasen, waarbij verschillende interacties tussen genen, milieu en stofwisselingsfactor een rol spelen. Omwille van de opeenvolgende analyses is het proces onderverdeeld in drie fasen: initiatie, promotie en progressie. Deze indeling is erg behulpzaam geweest, in ieder geval in experimentele systemen, om het mechanisme en de ontwikkeling van kanker te begrijpen.
Initatie
In de initatiefase van het ontstaan van kanker beschadigt het carcinogeen het DNA, meteen of pas na bio-activering. De cel heeft dan evenwel nog een enorme capaciteit om het beschadigde DNA te repareren. Als het DNA-reparatiesysteem faalt, dan zal dat leiden tot de aanmaak van cellen met een blijvende genetische verandering. Enkele van deze cellen zijn genetisch zo beschadigd, dat ze, onder de juiste omstandigheden, het proces van carcinogenese (het ontstaan en de ontwikkeling van kanker) beginnen. Deze veranderde cellen heten ''initiatieve cellen'' en zijn abnormaal.
Het zijn echter nog steeds geen kankercellen. Deze cellen bezitten wel verschillende unieke eigenschappen. Een van die eigenschappen is dat ze zich kunnen vermenigvuldigen om dan lokale haarden te vormen. Deze haarden zijn meestal voorstadia van kanker.
Promotie
Bevorderende stoffen zijn op zichzelf niet kankerverwekkend, maar indien er contact optreed nadat het initiatieproces heeft plaatsgevonden, dan bevorderd zij het ontstaan van kanker. Promotie versnelt de celgroei in de haarden op de beschadigde plaatsen selectief. Als deze beschadigingen in de lever, borst of blaas optreden, dan noemen wij deze 'noduli' (knobbeltjes). Als ze optreden in de darm dan noemen we ze poliepen. Op de huid heten dergelijke beschadigingen papillonen.
In tegenstelling tot de initiatie, die snel verloopt, is promotie een langzaam en langdurig proces. Doordat deze fase lang duurt, bieden zich ook hier mogelijkheden voor interventie aan. Het is niet bekend of elke knobbel, elke poliep of elk papiloom een voorstadium van kanker is. Als groep worden dergelijke beschadigingen echter wel als voorstadium van kanker beschouwd.
Progressie
Progressie is de fase in het kankerproces waarvan het minst begrepen wordt. Het heeft te maken met veranderingen in het genetische materiaal, waardoor de plaatselijke celwoekering zich tot kanker ontwikkelen kan. Dat ontstaan van kanker is echter niet het eindproces. De ziekte ontwikkelt zich voortdurend verder met een steeds agressievere groei van kankercellen, invasie en vorming van metastasen.
Kankerremmende stoffen.
Men neemt aan dat oxidatieve schade een belangrijke rol speelt in de vroege en in de latere stadia van het ontstaan van kanker. Daarom kunnen antioxidanten een effectieve rol spelen in het verlagen van het carcinogene proces, vooral in de later fases. Andere voedingsstoffen, en in het bijzonder het aminozuur lysine, kunnen de uitbreiding van kankercellen op een andere manier helpen voorkomen, bijvoorbeeld door het beschermen van de stevige structuur van het callogeen en het bindweefsel, dat alle cellen omgeeft. Sommige voedingsstoffen kunnen de enzymen die het bindweefsel verteren uitschakelen, terwijl andere de aanmaak van collageen ondersteunen en de structuur en functie van het bindweefsel optimaliseren. Optimaal gestructureerd bindweefsel biedt een gezonde omgeving voor een evenwichtige verdeling en werking van allerlei groeifactoren en cytokinen, hetgeen een belangrijke rol speelt bij initiatie, promotie en progressie van kanker.
De werking van kankerremmende stoffen.
Voedingsstoffen die het kankerrisico kunnen verminderen en kankergroei tegen kunnen gaan, zijn grofweg in 4 categorieën te verdelen, gebaseerd op het tijdstip in de ontwikkeling van kanker, waarop ze hun beschermende werk doen..
A) Inhibitoren.
Deze categorie bevat voedingsstoffen die de vorming van carcinogenen voorkomen. In deze groep bevinden zich onder andere ascorbinezuur en alfa-tocoferol.
B) Blokkende stoffen.
Dit is de tweede, waarschijnlijk meest bestuurde, groep kankerremmende stoffen, die voorkomen dat carcinogenen schade toebrengen aan cellulaire nacromolecullen, zoals DNA. Voorbeelden zijn:
- I3C (indole 3-carbinol, een plantaardige stof in o.a. broccoli).
- BHA (E320= butylhydroxyanisol, een antioxidant ter bescherming van vetten).
- BHT (E321 = butylhydroxytoleen, een antioxidant ter bescherming van vetten).
- Ellaginezuur (in druiven).
C) Remmende stoffen.
Deze categorie bevat stoffen die vooral de promotiefase van de tumor remmen. Onderdrukkende stoffen zijn onder meer seleniumzouten, retinoïden, carotenoïden, BHA (butylhydroxyanisol, een antioxidant ter bescherming van vetten) en BITC (benzylisothiocyanaat, een stof uit o.a. broccoli en koolsoorten) en anderen.
D) Metastaseremmende stoffen.
Deze categorie bevat stoffen die vooral de vorming van uitzaaiingen tegengaan. Metastaseremmende stoffen die helpen bij een natuurlijke controle van cellulaire invasie en verspreiding in het weefsel zijn bijvoorbeeld het aminozuur lysine en vitamine C.
Gezonde cel > Potentieel carcinogeen>Gevorderd carcinogeen> Actief carcinogeen> Veranderd DNA>Defecte cel>Tumor>Metatase
Nieuwe inzichten in kankeronderzoek gebaseerd op cellulaire geneeskunde.
Cellulaire geneeskunde richt zich op:
1) Tumor inkapselen door:
A. afbraak van de extracellaire bindweefselmatrix tegengaan.
B. versterken van de extracellulaire bindweefsel matrix en optimaliseren van de bindweefselstructuur.
2)Selectieve vernietiging van kankercellen zonder de gezonde cellen aan te tasten.
3) Beperking van tumorgroeibevorderende factoren, zoals ontstekingen en angiogenese (vorming van nieuwe bloedvaten)
Het wetenschappelijk bewijs, het voorkomen van de uitbreiding van kanker.
Wetenschappers van dr. Rath's onderzoeksinstituut gebruikten een experimenteel onderzoeksmodel, waarbij kankercellen samen met verschillende voedingsstoffen gekweekt werden in een afgesloten testopstelling met Matrigel (gekweekt collageenweefsel dat overeenkomt met de situatie in levend lichaamsweefsel). Dit testmateriaal wordt algemeen gebruik in wetenschappelijk onderzoek met cellen. Elke op zichzelf staande testopstelling bevat daarmee een tussenschot van hetzelfde collageenmateriaal dat ook de cellen in het lichaam omkleed.
Kankercellen werden gekweekt zowel met als zonder de aanwezigheid van de voedingsstoffen vitamine C, L-lysine, L-proline en EGCG. Deze voedingsstoffen werden afzonderlijk en in combinatie gebruikt. Na de celkweek werden de cellen die zich een weg gebaand hadden door de collageenmatrix gekleurd en geteld. De resultaten van het onderzoek waren opmerkelijk. Een simpele combinatie van voedingsstoffen was in staat de kankercellen te verhinderen de collageenmatrix binnen te dringen.
Test opstelling A, Kankercellen die gekweekt werden in een omgeving zonder vitamine C, L-lysine, L-proline en EGCG, waren in staat om de collageenmatrix te verteren.
Test opstelling B, Kankercellen die gekweekt werden in een omgeving met vitamine C, L-lysine, L-proline en EGCG, waren niet in staat om het collageen te verteren.
De voedingsstoffen die tegen uitbreiding van kanker helpen zijn:
Vitamine C, Lysine, Proline, Arginine, EGCG, een extract uit groene thee, N-acetylcysteïne, Koper, Selenium en Mangaan.
Hierbij een overzicht: van de totaal hoeveel cellulaire voedingsstoffen
Volgens dr.Rath heeft het lichaam deze voedingsstoffen nodig om het te kunnen winnen bij kanker.
Hierbij de geadviseerde inname cellulaire voedingsstoffen in 37 stuks tabletten.
Vitamine C totaal 14519,6 mg * vitamine E totaal 202,6 mg * beta-caroteen totaal 951,9 mcg * vitamine B1 totaal 6,9 mg * vitamine B2 totaal 6,9 mg * vitamine B3 totaal 15 mg * B5 totaal 39,9 mg * vitamine B6 totaal 15,9 mg * vitamine B12 totaal 20,1 mcg * vitamine D3 totaal 6,82 mcg * foliumzuur totaal 490 mcg * biotine totaal 65,1 mcg * Proline totaal 3320,1 mg * lysine totaal 14170,5 mg * carnitine totaal 35,1 mg * arginine totaal 1039,5 mg * cysteine totaal 35,1 mg * calcium totaal 79,5 mg * magnesium totaal 139,5 mg * kalium totaal 20,1 mg * zink totaal 6,9 mg * mangaan totaal 15003 mcg * ECGC extract uit groene thee totaal 1400,4 mg * koper totaal 5026 mcg * seleen totaal 80,1 mcg * chroom totaal 9,9 mcg * molybdeen totaal 3,9 mcg * inositol totaal 35,1 mg * co-enzym Q10 totaal 6,9 mg * fosfor totaal 15 mg * pycnogenol totaal 12,9 mg * citus-bioflavonoiden totaal 1899,9 mg * nartuurlijke vitamine E totaal 21,9 mg * nartuurlijke carotenoiden totaal 48 mcg * n-acetyl-cysteine totaal 339,6 mg * betaine totaal 140 mg * chondroitinesulfaat totaal 320 mg * n-acetylglycosamine totaal 360 mg.
De aangeboden samenstelling van deze genoemde vitamine C is: Ascorbinezuur-Ascorbylpalmitaat- Calciumascorbaat-Magnesiumascorbaat.
Deze 37 tabletten worden volgens een stappenplan per dag ingenomen, hierbij worden geen bijwerkingen verwacht.
Wel moet het lichaam aan deze grote hoeveelheid voedingsstoffen eerst wennen.
Succes, Frans.
